5, 6, 7, 8: Samba

In deze editie van de rubriek 5, 6, 7, 8 zoomen we in op de samba, 1 van de 5 latindansen. Experts Guy Jottay, Inge Hansart en Felix Castillo geven tips voor zowel beginnende als meer gevorderde sambadansers en lesgevers.

Samba? Bounce!

Samba heeft een heel uniek karakter. Het is een ‘impulsieve’ dans, waarin hij verschilt van de andere dansen. Door dat specifieke karakter zou elke stap die je doet, een impuls moeten hebben, een natuurlijke bounce. Die bounce creëer je door een combinatie van de enkels, knieën en heupen. Je zult zien dat de meeste passen met geplooide knieën gebeuren.

In de video hieronder zie je hoe je die drie lichaamsdelen kunt gebruiken in een paar basispassen van de samba, zoals de botafogo en de Stationary Samba Walk. Hopelijk zetten deze tips je op weg om te genieten van de leuke dans die samba is.

- Felix Castillo


"De verende actie of bounce is een van de meest typerende eigenschappen van de samba. In de meeste figuren wordt bounce gedanst.

Een tip voor de choreograaf daarbij is: zorg ervoor dat er voldoende afwisseling is tussen bouncing en non-bouncing figuren. Probeer te voorkomen dat de samba eentonig en langdradig aanvoelt. Zorg dus voor voldoende variatie bij het maken van de choreografie, zodat de dansers ook de zeer rijke afwisseling aan de lijve ondervinden bij het dansen van samba.

De tip voor de dansers is dat de bounce (nu al een aantal jaren) ook heel fel in het lichaam wordt gedanst zonder op en neer te veren. Tracht dus de bounce in je center te kneden, te absorberen en te activeren. Je zou ‘nauwelijks’ hoogteverschil moeten merken bij het dansen van bouncing figuren zoals vb. whisk, botafogo enz."

- Guy Jottay

samba


"Waar beginnende dansers zeker op moeten letten bij de bounce, is dat ze de bounce action niet in hun schouders of hoofd mogen accentueren. De bounce action bevindt zich in het onderlichaam, niet in het bovenlichaam.

Belangrijk te weten is ook dat de bounce action een opwaartse beweging is. Voor een beginnende danser is dat niet te onderschatten, omdat hij moet leren de bounce naar boven te krijgen, in plaats van naar beneden. Veel dansers blijven bijna de hele tijd in geplooide knieën om samba te dansen, maar daardoor krijg je geen bounce actie.  Tel 1 is naar beneden, tel a is op, tel 2 is naar beneden: 1-a-2, neer-op-neer (vb. basic movement)."

- Inge Hansart

 

"Wat betreft de elevation en lowering, zijn de knieën vaak, maar niet altijd en overal geplooid. Er is namelijk een afwisseling met geplooid en een gestrekt been. Dit wordt duidelijker als de danser meer kennis gaat ontwikkelen over het gebruik van het standbeen.

Voor de heupen, gaat de actie in samba voorwaarts en dan terug naar neutraal. Als de knieën geplooid zijn, hebben we een pelvic tilt. Als we de knieën gaan strekken, komt de heup naar neutraal. Het vraagt veel oefening om die heupactie onder controle te krijgen."

- Inge Hansart

Samba? Rond de vloer!

"De samba is een voortschrijdende dans die rond de vloer wordt gedanst. Maar ook hierbij dient de choreograaf rekening te houden met een juiste balans tussen moving en stationary figuren… Daardoor krijgen de dansers ook de juiste perceptie van het karakter van samba. Het is geen race rond de vloer! Samba gaat, versnelt, vertraagt, wordt op de plaats gedanst, komt opnieuw in beweging, draait rond enz. Er is zeer veel afwisseling in de verschillende soorten bewegingen en de dynamiek. 

Vooral in social dance moet er voldoende stationary worden gedanst. Want dan hebben de paren ‘niet zo veel plaats nodig’ en dansen de paren mekaar niet van de vloer.

Extra tip voor de dansers: dans de samba compact genoeg zodat je voldoende lichaamsritme in de uitvoering behoudt. Hoe groter de uitvoering, hoe minder lichaamsritme je over het algemeen kan vertonen."

- Guy Jottay

samba3

Samba? Ritme!

"Een andere typische eigenschap van samba is de enorme verscheidenheid van ritmes. Ik noem vb. ¾  ¼  1, of slow slow, quick quick quick quick, enz.  Er zijn weinig dansen die zo veel verschillende authentieke ritmes hebben als samba.

Om de uitvoering en de zuiverheid van al die ritmes zo goed mogelijk te benaderen, is het prioritair en van groot belang dat je elke voet zo lang mogelijk laat staan alvorens hem te verzetten. Zo krijg je een juiste beat-split. (Beat-split is de tijd dat je ‘op de voet’ staat).  Anders gezegd, kun je de ritmes beter articuleren door de stap of een pas zolang mogelijk uit te stellen bij het eerbiedigen van het bedoelde ritme.

Een eenvoudig voorbeeld is wanneer je een whisk danst, dat je de tweede pas te vroeg laat vertrekken om achter te kruisen. De voet die je achter kruist, mag pas na ¾ van de plaats vertrekken. Meestal is de voet al veel te vroeg ‘onderweg’. Het ritme wordt daardoor onzuiver. Die fout gebeurt uiteraard ook wel bij andere dansen, maar voornamelijk bij de samba omdat dat een snellere dans is, en je niet te laat wilt komen bij het maken van de pasjes.

Zo gebeurt het vaak dat paren botafogo dansen in ½ ½ 1  i.p.v. in de bedoelde ¾ ¼ 1.  De zijwaartse pas is te vroeg vertrokken en het ritme vervaagt. Het resultaat daarvan wordt een vrij eentonige uitvoering van de dans, terwijl, zoals net aangehaald, de samba een van de grootste variaties bezit qua verschillende ritmes."

- Guy Jottay

samba2


"Er zijn 7 verschillende ritmecombinaties in samba, allemaal in basisfiguren: SS ( vb. cruzados walks), SQQ (vb. back rock), QQS (vb.cruzados locks), QQQQ (vb.corta jaca), 1a2 (vb. basic movement), 123 (vb. promenade run) en 12 ( vb. dropped volta).

In het opstellen van een choreografie maken we gebruik van een paar van die verschillende samba ritmes. Het is voor de danser niet altijd evident om de overgang van het ene ritme naar het andere ritme op een juiste manier uit te kunnen voeren. Dat vraagt om een goed inzicht."

- Inge Hansart